Creatief schrijven met AI in de les Nederlands: wat elke leraar moet weten

Kunstmatige intelligentie doet zijn intrede in het schrijfonderwijs — of we er klaar voor zijn of niet. Leerlingen experimenteren al volop met ChatGPT en vergelijkbare tools, ook bij schrijfopdrachten. Voor leraren Nederlands is dat geen reden tot paniek, maar wel een uitnodiging om anders na te denken over hoe en waarom we creatief schrijven onderwijzen. Want de kern van goed schrijfonderwijs — leerlingen leren denken, voelen en verwoorden — wordt door AI niet overbodig. Wel vraagt het om een herontwerp van onze aanpak.


Opdrachten die de eigen stem centraal stellen

De meest directe manier om te voorkomen dat leerlingen een schrijfopdracht volledig uitbesteden aan AI, is het ontwerp van de opdracht zelf. Als een prompt volledig generiek is (“schrijf een betoog over klimaatverandering”), kan een AI hem ook volledig invullen. Maar als je vraagt om een column over een ervaring die de leerling zelf heeft meegemaakt — een ruzie, een keuze, een moment van twijfel — dan heeft de AI niets om op te bouwen zonder de leerling.

Persoonlijke context inbouwen is daarmee een krachtig didactisch instrument. De AI wordt een ondersteunend gereedschap in plaats van een vervanger.

Daarnaast loont het om het accent te verleggen van het eindproduct naar het schrijfproces. Laat leerlingen bijhouden hoe hun tekst tot stand is gekomen: welke keuzes maakten ze, waar haakten ze aan, wat verwierpen ze en waarom? Een schrijfdagboek of procesverslag maakt dat de leerling verantwoording aflegt over zijn eigen denken — iets wat geen enkele AI voor hem kan doen.

Tot slot biedt AI juist de kans om de lat hoger te leggen. Als basiszaken als spelling en alinea-opbouw makkelijker worden, kun je hogere eisen stellen aan stijl, originaliteit en zeggingskracht. Gebruik AI als sparringpartner: laat leerlingen hun eigen versie vergelijken met wat de AI genereert, en bespreek het verschil.


De leraar als gids, niet als poortwachter

Het is verleidelijk om AI simpelweg te verbieden. Maar dat werkt nauwelijks en bereidt leerlingen niet voor op een wereld waar deze tools overal aanwezig zijn. De leraar is onmisbaar — niet als degene die AI buiten de deur houdt, maar als degene die leerlingen leert er verstandig mee om te gaan.

Dat begint met heldere afspraken. Wanneer mag AI worden ingezet? Alleen voor inspiratie? Voor feedback op een concepttekst? Of ook voor structuurhulp? Die afspraken zijn niet universeel: ze hangen af van de doelen van de opdracht. Maak ze expliciet en bespreek ze met de klas.

Minstens zo belangrijk is het aanleren van een kritische houding tegenover AI-output. AI-systemen kunnen “hallucineren”: ze geven soms feitelijk onjuiste informatie met groot zelfvertrouwen. Ze kunnen ook culturele of maatschappelijke vooroordelen reproduceren die in de trainingsdata aanwezig zijn. Leerlingen moeten leren dat wat de chatbot zegt, niet per definitie klopt of neutraal is — en dat ze altijd zelf de eindverantwoordelijkheid dragen voor wat ze inleveren.

Maar AI kan ook puur inspirerend zijn. Laat leerlingen een AI vragen om tien openingszinnen voor een verhaal, of om vijf alternatieve eindjes, en kies dan zelf het beste uit. Zo gebruik je de technologie als voedingsbodem voor de eigen verbeeldingskracht.


Een nieuwe kijk op integriteit en plagiaat

AI vraagt om een heroverweging van wat we onder “eigen werk” verstaan. De grens tussen een tekst die volledig door een mens is geschreven en een tekst die in samenwerking met AI tot stand is gekomen, wordt steeds vager. Hybride schrijven — waarbij mens en machine samen een tekst vormen — is steeds vaker de realiteit.

Dat betekent niet dat alles geoorloofd is. Leerlingen behouden de volledige verantwoordelijkheid voor wat ze inleveren: voor de inhoud, de feiten, de toon en de intentie. Wie AI-gegenereerde tekst inlevert zonder enige eigen bijdrage of reflectie, heeft niets geleerd.

Maar de vraag “heeft de leerling dit zelf geschreven?” wordt misschien minder relevant dan de vraag “wat heeft de leerling hiervan geleerd?” Traditionele definities van plagiaat zijn niet zomaar toepasbaar op een wereld van co-creatie. Als school en sectie is het verstandig hierover een gezamenlijke visie te ontwikkelen, voordat leerlingen er zelf mee beginnen — want die zijn er al mee begonnen.


Ethische en praktische aandachtspunten

Bij het inzetten van AI-tools spelen ook bredere overwegingen mee die leraren niet mogen negeren.

Bias en inclusiviteit. AI-modellen zijn getraind op enorme hoeveelheden internettekst, en die tekst bevat ook stereotype beelden en maatschappelijke ongelijkheden. Dat kan onbedoeld doorsijpelen in de output. Wees extra alert als leerlingen uit minderheidsgroepen werken met AI die hun ervaringen of taal niet goed representeert.

Privacy en AVG. Veel AI-tools verwerken ingevoerde tekst op externe servers. Laat leerlingen dus geen persoonlijke gegevens, namen of gevoelige informatie invoeren. Controleer ook of de door jou gebruikte tools voldoen aan de privacyregels voor scholen.

Basisvaardigheden blijven essentieel. AI kan leerlingen helpen bij structuur en formulering — maar wie nooit zelf heeft leren schrijven, kan ook niet beoordelen of wat de AI produceert goed is. Schrijfvaardigheid blijft de basis. AI is een gereedschap, geen vervanging voor het denkproces dat schrijven mogelijk maakt.


Welke tools zijn beschikbaar?

Voor wie wil experimenteren, zijn er inmiddels tal van tools die inzetbaar zijn in de schrijfles:

Voor tekstgeneratie en ideeënontwikkeling zijn ChatGPT, Claude, Google Gemini en Microsoft Copilot de bekendste opties. Ze kunnen dienen als brainstormpartner, stijlcoach of feedbackgever.

Voor creatieve ondersteuning biedt Canva via de functie Magic Write mogelijkheden om verhaalelementen te verkennen. Tools als Midjourney of ChatGPT kunnen beelden genereren bij poëzie of verhalen — handig voor multimodale opdrachten.

Voor wie het schrijfproces zelf wil begeleiden en zichtbaar maken, zijn er omgevingen als SchrijfBlik: een prototype dat leerlingen begeleidt bij het schrijven met AI én de leraar inzicht geeft in hoe en wanneer AI werd gebruikt tijdens het schrijfproces. Juist dat transparantie-element maakt zo’n tool waardevol voor het onderwijs.


Tot slot

AI verandert het schrijflandschap, maar het verandert niet wat er op het spel staat in de schrijfles: leerlingen leren hun gedachten verwoorden, hun stem vinden, en kritisch omgaan met taal. Dat is nu, misschien meer dan ooit, het domein van de leraar Nederlands.

De technologie staat klaar. De vraag is hoe wij haar in dienst stellen van het leren. Praat hierover mee in onze community.

Scroll naar boven