Strenger smartphoneverbod op school: geen bewijs voor betere welzijn of sociale verbondenheid

Steeds meer scholen in Nederland — en wereldwijd — voeren een smartphoneverbod in. Sommige scholen beperken dat verbod tot de klas, andere breiden het uit naar het hele schoolterrein, inclusief pauzes. De gedachte achter dit strengere beleid is dat leerlingen zonder telefoon meer met elkaar en met leraren in gesprek gaan, en daarmee beter af zijn. Nieuw Nederlands onderzoek nuanceert die verwachting aanzienlijk.

Het onderzoek

De studie Disconnect To Reconnect, gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Youth and Adolescence (Vanluydt et al., 2026), onderzocht of het type smartphoneverbod — een gedeeltelijk verbod (alleen in de klas) of een volledig verbod (het hele schoolterrein) — samenhangt met het welzijn en de sociale verbondenheid van middelbare scholieren.

De data zijn afkomstig uit het EPoSS-project (Early Predictors of School Success) en werden verzameld tussen september 2024 en februari 2025 bij 24 Nederlandse middelbare scholen: 9 scholen met een gedeeltelijk verbod en 15 met een volledig verbod. In totaal namen 1.398 leerlingen deel (gemiddelde leeftijd 16,2 jaar). De onderzoekers maten onder meer:

  • Schermtijd en problematisch gebruik van sociale media
  • Welzijn (levenssatisfactie, eenzaamheid, psychosomatische klachten)
  • Sociale verbondenheid (schoolbeleving, relatie met leraren, band met klasgenoten)
  • Pesten op school en cyberpesten

Wat vonden de onderzoekers?

De belangrijkste bevinding is dat een strenger verbod op zichzelf geen aantoonbare voordelen oplevert voor welzijn of pestgedrag. Leerlingen op scholen met een volledig verbod rapporteerden vergelijkbare niveaus van levenssatisfactie, eenzaamheid en psychosomatische klachten als leerlingen op scholen met een gedeeltelijk verbod. Ook voor pesten en cyberpesten werden geen significante verschillen gevonden.

Opvallender is dat het volledig verbod op een aantal punten juist negatief uitpakt:

  • Zowel jongens als meisjes op scholen met een volledig verbod ervoeren een lagere verbondenheid met leraren dan leerlingen op scholen met een gedeeltelijk verbod.
  • Meisjes op scholen met een volledig verbod rapporteerden bovendien een zwakkere schoolbeleving — het gevoel erbij te horen, geaccepteerd en gesteund te worden.

Voor de band met klasgenoten werden geen significante verschillen gevonden.

Wat betreft schermtijd was er in de totale steekproef een bescheiden effect: leerlingen op scholen met een volledig verbod hadden iets minder kans op hoge schermtijd (drie uur of meer per dag) in hun vrije tijd. De onderzoekers plaatsen hier echter een kanttekening bij: leerlingen kunnen de term “vrije tijd” ook hebben opgevat als pauzetijd op school, waardoor dit effect de verminderde gebruiksmogelijkheden op school zelf weerspiegelt in plaats van een gedragsverandering thuis.

Mogelijke verklaringen

De onderzoekers bieden meerdere verklaringen voor de uitkomsten. Ten eerste is de kern van het probleem waarschijnlijk niet het bezit van een telefoon, maar het problematische gebruik ervan — dwangmatig controleren, emotionele afhankelijkheid, scrollen ’s nachts. Dat soort gedrag speelt zich grotendeels buiten schooltijd af en laat zich niet eenvoudig aanpakken via een institutioneel verbod. Leerlingen passen zich bovendien snel aan: ze verschuiven hun gebruik naar voor en na school, of wijken uit naar laptops.

Ten tweede waarschuwen de onderzoekers voor oversimplificatie. De neergang in mentale gezondheid onder jongeren is het product van meerdere, samenhangende factoren — prestatiedruk, mondiale crises, veranderende opvoedstijlen — en kan niet worden herleid tot smartphonegebruik alleen.

Ten derde wijzen de resultaten over sociale verbondenheid op een onbedoeld neveneffect: leerlingen die een strenger verbod als controlerend of bestraffend ervaren, lijken een grotere afstand te voelen tot leraren en tot de school als geheel. Bovendien reduceert een volledig verbod de kans op informele momenten — juist die kleine, ongestructureerde interacties in gangen en tijdens pauzes die bijdragen aan een veilig schoolklimaat.

Beperkingen van het onderzoek

De studie kent ook beperkingen die de onderzoekers zelf benoemen. Het gaat om een cross-sectioneel onderzoek: er is geen meting vóór de invoering van het verbod, waardoor oorzaak en gevolg niet met zekerheid vastgesteld kunnen worden. Scholen die voor een volledig verbod kozen, verschilden op sommige kenmerken van scholen met een gedeeltelijk verbod — hoewel de analyses hiervoor zo goed mogelijk zijn gecorrigeerd. Bovendien was de dataverzameling relatief kort na de landelijke invoering van het smartphoneverbod (januari 2024), waardoor langetermijneffecten nog niet zichtbaar zijn.

Implicaties voor de praktijk

Deze studie is relevant voor iedereen die betrokken is bij schoolbeleid. De resultaten suggereren dat het simpelweg uitbreiden van een smartphoneverbod naar de rest van het schoolterrein niet de verwachte vruchten afwerpt. Beleid dat puur restricties oplegt zonder breder kader, loopt het risico averechts te werken voor de leraar-leerlingrelatie — een van de sterkst bewezen beschermende factoren voor schoolsucces en welbevinden.

De onderzoekers pleiten in plaats daarvan voor een aanpak ingebed in een breder kader van digitale weerbaarheid: voorlichting over gezond mediagebruik, betrokkenheid van ouders, en aandacht voor de mentale gezondheid van leerlingen. Scholen die een verbod invoeren vanuit een gedeelde visie op digitaal welzijn en dat helder communiceren, staan sterker dan scholen waar het verbod primair als handhavingsmaatregel wordt ervaren.


Bron: Vanluydt, E., Van den Eijnden, R., Vonk, L., Putrik, P., Van Amelsvoort, T., Delespaul, P., Levels, M., & Huijts, T. (2026). Disconnect To Reconnect: How Variations between Types of Smartphone Bans Influence Students’ Well-being and Social Connectedness in Dutch Secondary Education. Journal of Youth and Adolescence. https://doi.org/10.1007/s10964-025-02313-6

Scroll naar boven