Kleur bekennen: een spoken word-les voor Paarse Vrijdag

Paarse Vrijdag levert in veel klassen vooral gezucht op. Niet omdat leerlingen per se iets tegen het onderwerp hebben, maar omdat ze heel goed aanvoelen wanneer volwassenen hun iets willen bijbrengen. Een respectles op commando voelt voor een puber als een standje. En tegen een standje zet je je af.

Dat is geen onderbuikgevoel. Volgens het HBSC-onderzoek van 2025 heeft op het vwo nog maar 46 procent van de leerlingen een positieve houding tegenover homoseksualiteit. Op vmbo-b/k is dat 28 procent. Maar slechts 15 procent van alle middelbare scholieren is uitgesproken negatief. De grootste groep twijfelt. Volgens de onderzoekers werkt het het best als seksuele diversiteit een vanzelfsprekend onderdeel van de les is, met persoonlijke verhalen. Niet als apart evenement.

Daarom maakte ik voor Paarse Vrijdag geen respectles, maar een schrijfles. Het onderwerp komt via het vak binnen. Leerlingen ontleden een spoken word, schrijven er zelf een en dragen het voor.

Het gedicht

Een tijd geleden schreef ik dit spoken word. Later maakte ik er ook een lied van.

Ze vragen: Wanneer wist je het? Alsof liefde een jaartal heeft. Alsof kleur een moment kiest.

Ze fluisteren: Ben je… iets? Alsof jij een raadsel bent dat eerst opgelost moet worden.

Ze zeggen: Doe maar normaal. Maar normaal is precies het probleem. Normaal is stil. Is bang. Is verdwijnen.

Tot jij besluit: Ik draag kleur. Niet om op te vallen, maar om niet langer te verdwijnen.

Kleur bekennen is geen feest. Het is ademen in eigen huid. Het is fluisteren: ik ben hier.

En als jij nog geen woorden hebt… ik loop wel met je mee

De tekst is kort, maar er zit veel in om mee te werken. Er is herhaling met een opbouw (Ze vragen, Ze fluisteren, Ze zeggen). Er is een tegenzet (Alsof…). Er is een duidelijk kantelpunt (Tot jij besluit). En het perspectief schuift: van ze, via jij, naar een ik die in de laatste regel ineens iemand anders blijkt te zijn. Daarnaast is er de uitdrukking kleur bekennen, die hier letterlijk én figuurlijk werkt.

Wat leerlingen doen

De les duurt vijftig minuten en is geschreven voor vwo 2. Met wat extra steun werkt hij ook in andere onderbouwklassen.

  1. Luisteren. Je leest het gedicht twee keer voor. De eerste keer luisteren ze alleen, de tweede keer staat de tekst op het bord.
  2. Ontleden. Hoe werkt deze tekst? Wat verandert er van vragen naar fluisteren naar zeggen? Wie is de ik in de laatste regel? Waarom heeft die regel geen punt?
  3. Schrijven. Leerlingen schrijven een eigen spoken word van 12 tot 20 regels, volgens hetzelfde bouwplan: wat anderen zeggen, een tegenzet, een kantelpunt, een slot.
  4. Het lied. Pas na het schrijven horen ze de liedversie. Daarna kiezen ze in hun eigen tekst één regel om te herhalen en één plek voor een stilte.
  5. Voordragen. Eerst aan de buurman of buurvrouw, daarna vrijwilligers voor de klas.

Drie keuzes die het verschil maken

Het lyrisch ik als vangnet. Leerlingen schrijven altijd vanuit een personage, nooit verplicht over zichzelf. Dat is gewone literatuurtheorie, maar het beschermt ook. Een leerling die twijfelt over de eigen geaardheid, hoeft niets prijs te geven. En wie toch iets persoonlijks schrijft, wordt niet ontmaskerd. Het gedicht begint met Wanneer wist je het? Precies die vraag stel je na afloop dus niet.

Een perspectief voor de twijfelaars. Leerlingen kiezen uit drie perspectieven: de hoofdpersoon, de vriend die meeloopt, of de lacher. Dat laatste is iemand die meelachte om een grap en daar later over nadenkt. Juist die optie is bedoeld voor de grote middengroep, vooral jongens, die zich niet herkent in de held van het verhaal. Ze hoeven geen held te worden. Twijfel mag. En zo komt vanzelf ter sprake waar uitsluiting meestal begint: bij een grapje.

Het lied pas na het schrijven. Laat je het lied aan het begin horen, dan schrijven leerlingen een liedje na. Na het schrijven laat het lied juist zien wat je bij het voordragen wilt bereiken. Voor Tot jij besluit is het ruim twee seconden stil, verderop zelfs vijf. Een pauze is geen leeg moment, maar hoort bij de tekst.

Wat deze les niet is

Het is geen les waarin leerlingen een mening moeten geven. Ze hoeven niet voor of tegen Paarse Vrijdag te zijn. Ze moeten een tekst schrijven die werkt. Wil je beoordelen, beoordeel dan de vorm: bouwplan, kantelpunt, herhaling, pauze. Nooit de inhoud.

In het lied zit een regel die precies dit samenvat: Niet omdat het moet. Dat geldt voor de leerlingen in het lied, en eigenlijk ook voor de leerlingen in je klas.

Downloaden

Het lesmateriaal staat gratis op onze Koofr-drive:

  • Leerlingblad (Word): bouwplan, drie perspectieven, checklist en voordraagtips.
  • Docentenhandleiding (Word): lesverloop per fase, ontleedvragen met antwoordindicaties, de verschillen tussen gedicht en lied, aandachtspunten voor in de klas en differentiatie. Ook staat erin waarom de les er zo uitziet, voor wie hem wil aanpassen.

Link: https://k00.fr/prqgfnb8 Wachtwoord: 345333

of gebruik de QR-code

Het lied Kleur bekennen staat op YouTube: https://youtu.be/9iFokKFQQb0

Gebruik je de les? Laat dan vooral weten hoe het ging, en welke teksten je leerlingen schreven. Vooral die van perspectief C ben ik benieuwd naar.

Bron: De Looze, M., Kapitein, M., van Dorsselaer, S. e.a. (2026). HBSC 2025. Gezondheid en welzijn van jongeren in Nederland. Utrecht: Universiteit Utrecht en Trimbos-instituut.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven