Stel je een leerling voor — laten we haar Amy noemen, al kun je net zo goed aan een leerling uit je eigen 4-havo denken. Ze houdt haar leeslijst bij op Goodreads, kijkt #BookTok-video’s voor inspiratie, en stuurt mooie zinnen uit haar boek door naar een groepje vriendinnen op Snapchat. Haar vader leest ook, maar zweert bij de boekenbijlage van de krant en de recensies die in zijn leesclub worden besproken. Twee lezers, twee werelden — en allebei laten ze nauwelijks sporen na die we als onderzoekers of docenten kunnen analyseren.
In zijn recente hoofdstuk Using Interviews in Literary Reception Research (Leuven University Press, 2026) stelt Jeroen Dera een eenvoudige maar vergaande stelling: als we willen begrijpen wat lezen werkelijk doet met mensen, dan kunnen we niet alleen vertrouwen op vragenlijsten of aantallen verkochte boeken. We moeten het ze vragen. Echt vragen.
Voor ons als docenten Nederlands is dat geen academische kwestie. Het is dagelijkse praktijk.
De vragenlijst-valkuil
We doen het allemaal weleens: een snelle leesenquête in de mentorles, een Google Form met de vraag hoeveel boeken heb je dit jaar gelezen? en welk genre vind je leuk?. Dera laat zien waarom dat onbevredigend blijft. Vragenlijsten zijn prima om te tellen — boeken, uren, euro’s — maar ze raken niet aan wat echt interessant is. Dat een leerling drie boeken las dit jaar, zegt niets. Dat ze in één daarvan zichzelf voor het eerst herkende, alles.
Wat een interview wél kan, en een formulier niet, is de bijzin oppakken. Dera geeft een mooi voorbeeld: een lezer van audioboeken zegt “het is vooral dat je je boek overal mee naartoe kunt nemen.” Dat woordje vooral is goud. Het verraadt dat er meer is, iets wat de spreker zelf nog niet helemaal in beeld heeft. Wie doorvraagt, komt verder dan elk meerkeuzevraagje ooit gaat.
Drie soorten gesprekken
Wie zijn leerlingen serieus wil interviewen — bijvoorbeeld als profielwerkstukbegeleider, of voor je eigen lessenreeks over leesgedrag — kan kiezen uit drie vormen:
Het open interview werkt zonder vragenlijst. Je hebt alleen wat steekwoorden bij de hand en laat de ander praten. Geschikt als je weinig weet over het onderwerp of de geïnterviewde echte expert is.
Het gestructureerde interview is het andere uiterste: een vaste vragenlijst, dezelfde volgorde voor iedereen. Handig om antwoorden te kunnen vergelijken, maar weinig ruimte voor verrassing.
Het semigestructureerde interview zit ertussenin, en is volgens Dera in literatuuronderzoek bijna altijd de beste keuze. Je hebt een lijst met kernvragen, maar er is ruimte voor wat de leerling zelf inbrengt. Zie het als een gesprek met een routekaart — niet als een verhoor.
Een aparte variant is het stimulated-recall-interview, waarbij je iemand confronteert met iets wat ze eerder maakten — een TikTok, een recensie, een leeslogboek — en vraagt: wat dacht je toen je dit deed? Voor wie iets met digitale leescultuur wil onderzoeken, een goudmijn.
Actief luisteren is geen luxe
Misschien wel het belangrijkste inzicht uit Dera’s hoofdstuk: in een goed interview is luisteren belangrijker dan vragen stellen. Oogcontact, knikjes, opmerken wanneer iemand aarzelt of een woord net iets anders uitspreekt dan verwacht — daar zit de informatie. Voor docenten een heel herkenbaar punt: ook in de klas zit het verschil tussen een goed en een matig leesgesprek niet in de vragen die je voorbereidt, maar in hoe je reageert op wat er onverwacht uit komt.
De valkuil van de meervoudige rol
Dera waarschuwt ook voor iets wat in onze schoolcontext extra relevant is. Geïnterviewden hebben altijd meerdere rollen, en weten zelf niet altijd vanuit welke ze spreken. Een leerling die jij interviewt over haar leesgedrag, spreekt tegelijk als jouw leerling — met alle gewenste antwoorden die daarbij horen. Sociaal-wenselijkheid is geen kleinigheid: een tiener die tegen meneer Van Rooij zegt dat ze graag Hermans leest, zegt iets anders dan dezelfde tiener tegen haar vriendin.
Wat je daaraan kunt doen? Niet veel — behalve het je realiseren, en het meenemen in hoe je de antwoorden interpreteert. Dera noemt het zelf eerlijk een “onoplosbare patstelling”.
Hoeveel interviews heb je nodig?
Een verrassend praktisch punt: voor goed kwalitatief onderzoek heb je vaak veel minder respondenten nodig dan je denkt. Recent onderzoek (Hennink & Kaiser, 2022) laat zien dat tussen de negen en zeventien interviews meestal genoeg is om theoretische verzadiging te bereiken — het punt waarop nieuwe gesprekken geen nieuwe inzichten meer opleveren. Vijftien tot twintig is ruim voldoende. Voor een profielwerkstuk zelfs aan de royale kant.
Wat heb je hieraan in de klas?
Drie dingen, denk ik.
Ten eerste: als je leerlingen begeleidt bij onderzoek naar leesgedrag, lees- of mediavoorkeuren, lees- of schrijfprocessen — geef ze deze methodologie mee in plaats van die zoveelste enquête. Het levert rijker materiaal op en het leert ze beter onderzoeken.
Ten tweede: gebruik de interviewlogica zelf in je lessen. Een goed leesgesprek heeft dezelfde structuur als een onderzoeksinterview — beginnen met een neutrale opening, doorvragen op wat een leerling zelf inbrengt, terugkomen op eerdere uitspraken om te kijken of het verhaal klopt. De interviewmatrix die Dera laat zien (kernvragen koppelen aan de begrippen die je wilt onderzoeken) is een uitstekend hulpmiddel voor wie literatuurlessen wil opzetten rond een centraal concept.
Ten derde, en misschien het belangrijkst: dit hoofdstuk herinnert ons eraan dat het verhaal van de individuele lezer ertoe doet. Niet als anekdote, maar als kennis. Onze leerlingen lezen anders dan wij, en anders dan elkaar. Hun BookTok, Goodreads en groepschats zijn geen randverschijnselen — het zijn de plekken waar literaire receptie in 2026 daadwerkelijk plaatsvindt. Wie dat serieus neemt, móét het ze vragen.
En dan goed luisteren.
Bron: Dera, J. (2026). Using Interviews in Literary Reception Research. In J. Dera, A. Oerlemans & F. Van Dam (Eds.), Research Methods in Literary Reception Studies. Leuven University Press. Open access via Project MUSE.
https://www.researchgate.net/publication/404577750_Using_Interviews_in_Literary_Reception_Research
